FacebookTwitterFeed


Schapen op de kinderboerderij

In Nederland worden ruim 1 miljoen schapen gehouden. Het grootste deel hiervan is in handen van professionele houders. Zij houden voornamelijk Texelaars en kruisingen hiervan. Zo’n 40% van de schapen wordt gehouden door hobbydierhouders, waaronder kinderboerderijen.

Natuurlijk gedrag 
Schapen zijn echte kuddedieren. Het zijn prooidieren en het leven in een kudde biedt veiligheid tegen roofdieren. Bij dreigend gevaar vormen schapen eerst een opeengepakte kudde. Hierdoor is de pakkans kleiner. Schapen worden dan ook bij voorkeur gehouden in groepen van vier of meer dieren.

Binnen een kudde van schapen heerst een rangorde. Dit uiten schapen door middel van duwen en stoten. Vergeleken met geiten gaat het er bij schapen vaak wel wat gemoedelijker aan toe. Bij schapen is het in het algemeen ook makkelijker om nieuwe dieren aan een bestaande groep toe te voegen. Lammeren laten in hun spelgedrag al vroeg rangorde gedrag zien. Het rennen, duwen, op elkaar springen zijn allemaal gedragingen die ze op latere leeftijd gebruiken voor het vaststellen van de rangorde. Het is daarom belangrijk dat schapen vanaf jonge leeftijd in contact komen met soortgenoten.

Schapen worden vrijwel altijd buiten gehouden in een weide. Alleen rond de lammerenperiode halen veel houders hun dieren tijdelijk binnen, zodat ooien in een beschermde omgeving kunnen aflammeren. Hierdoor is ook betere controle mogelijk op de geboorte en de eerste dagen van de lammeren. Dit is ook de meest kwetsbare periode in het leven van een schaap. In de eerste maand sterft gemiddeld 10% van de lammeren,. Door goede zorg rond en na de geboorte kan dit percentage omlaag gebracht worden.

Schapen zijn goed bestand tegen verschillende weersomstandigheden. Als het erg warm is, is schuilgelegenheid erg belangrijk. Dit kunnen schaduwrijke plekken gevormd door bomen zijn, een schuilstal of een andere wijze waarop schaduw wordt geboden. Tijdens mindere goede weersomstandigheden moeten schapen altijd kunnen beschikken over droge ligplekken.

schapen (4)

Welzijn en gezondheid
Er zijn bij schapen weinig gedrags- of welzijnsproblemen bekend. Dit komt doordat schapen in het algemeen vrij natuurlijk worden gehouden. De meeste schapen leven het grootste deel van het jaar buiten in groepen. Problemen kunnen optreden door het individueel opfokken of houden van schapen, waardoor schapen hun natuurlijk gedrag niet meer goed kunnen leren c.q. uiten. Andere welzijnsproblemen houden vooral verband met de gezondheid. Zo komt kreupelheid bij schapen nogal eens voor. Daarnaast is myasis (maden) een probleem dat vooral schapen treft en ernstige problemen kan geven.

Goede dagelijkse controle, schone schapen (geen mest op staart en achterhand), tijdig scheren kunnen de kans hierop sterk verkleinen. Ook zijn schapen gevoelig voor een heel aantal infectieziekten. Een goed gezondheidsprogramma is daarom belangrijk. Specifieke problemen die verder bij schapen kunnen voorkomen, zijn op de rug rollen, hond tussen de schapen (het wegrennen door de schapen wekt extra jachtgedrag op bij de hond) en verdrinkingsdood.

Op de kinderboerderij

Op de meeste kinderboerderijen worden schapen gehouden. Over het algemeen in kleinere aantallen, maar in veel verschillende rassen. Op kinderboerderijen kun je zowel zeldzame oud-Hollandse rassen aantreffen als bijzondere buitenlandse rassen. Schapen zijn in het algemeen wat schuwer dan geiten. Het ene ras is wat makker dan het andere ras, maar vooral ook de opfok en omgang met schapen heeft invloed op hun makheid. Schapen zijn erg gebaat bij een rustige omgang.

Schapenportretten

Het aantal schapenrassen dat in Nederland gehouden wordt is groot. Hierbij worden enkele rassen voorgesteld.

schapen 

Weideschapen
De Texelaar, Swifter, Zwartbles en het Melkschaap worden de zogenaamde weideschapen genoemd. Zij worden van oorsprong gehouden op de wat rijkere gronden en zijn ook wat minder sober dan de heideschapen. Deze schapen hebben ook een specifiek productiedoel, namelijk vlees of melk. Op kinderboerderijen zul je het Zwartblesschaap en ook het melkschaap regelmatig tegenkomen. De Texelaar, een typisch vleesras, wordt minder vaak gehouden, doordat dit ras sneller problemen heeft met het aflammeren.

schapen (2)

Heideschapen
Op kinderboerderijen worden heideschapen gehouden, waaronder de Schoonebeker, Drents Heideschaap en Kempisch heideschaap. Deze behoren ook tot de oorspronkelijk Nederlandse rassen. Vroeger werden heideschapen voornamelijk gehouden voor de mest. Tegenwoordig worden ze vaak ingezet voor de begrazing in natuurgebieden. Meestal zijn dit grote rondtrekkende kuddes.

schapen (1)

Haarschapen
Het Kameroenschaap, Soayschaap en Barbados black Belly behoren tot de haarschapen. In tegenstelling tot wolschapen hoeven zij niet geschoren te worden. Zij lijken nog het meest op het oorspronkelijke schaap (de Moeflon). Doordat ze geen wol hebben, maar een gewone vacht worden ze nogal eens verward met geiten. Het zijn in het algemeen sobere rassen die gemakkelijk aflammeren.

Geiten, schapen en scherten??

Zo af en toe verschijnen er berichten in de media over een bijzondere geboorte van een ‘gaap’ of een ‘scheit’, oftewel een kruising tussen het schaap en de geit. Niet altijd is meteen duidelijk of dit een echte kruising betreft. Hier is DNA-onderzoek voor nodig. Deze kruisingen zijn inderdaad bijzonder, omdat de kans dat uit een dekking tussen deze twee diersoorten een levensvatbaar lam wordt geboren erg klein is. Het ‘schert’ , de kruising tussen een hert en een schaap die begin dit jaar in het nieuws was, bleek overigens een fabeltje.

inloggen

© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen