FacebookTwitterFeed


Zeldzaam kleinvee op de kinderboerderij

Kinderboerderijen: de plek voor (stads-)kinderen om kennis te maken met grote en kleine huisdierrassen. Maar welke dieren en vooral welke rassen kies je op je kinderboerderij? Een koe is toch een koe en maakt het uit of het konijn van een speciaal ras is? Het gaat toch om het dier?

Natuurlijk gaat het om het dier, maar om de grote en kleine bezoekers op kinderboerderij de Kooi in Rotterdam wat meer te kunnen laten zien en meegeven, is hier gekozen voor het houden van vooral Nederlandse, deels zeldzame, huisdierrassen. Zo kan er bij de dieren ook verteld worden waar in Nederland de dieren gehouden werden en waarom. Ook wordt meegewerkt aan het in stand houden van ons Levend Erfgoed. In april 2000 kreeg de boerderij van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen het predikaat “Erkend Fokcentrum” voor de kippen- en duivenrassen.

Zeldzame duiven en bijzondere kippen
Het duivenbestand bestaat uit Groninger Slenken en Hyacinthduiven. Deze dieren worden gehouden in een ruime til op de konijnenberg. Een nadeel van deze opstelling is dat de dieren tijdens het ophokken niet zichtbaar zijn voor het publiek. Aangezien het hok dringend toe is aan een grootscheepse opknapbeurt, wordt eraan gedacht om een nieuw hok met ramen op een lagere plek te plaatsen. Ook de jongen (mooi van lelijkheid!) worden dan zichtbaarder voor de bezoekers.

zeldzaam 2

De kippen worden per ras in hokken met een uitloop gehouden. De hokken staan verdeeld over het terrein. Bij elk hok is informatie over het ras te vinden, evenals de geschiedenis en de kleurslagen.
Niet alle rassen vallen onder de zeldzame huisdierrassen, maar ze zijn wel allemaal van Nederlandse origine. De gehouden rassen zijn onder andere het Twents en Fries Hoen, Kraaikoppen, Barnevelders en Brabanters.

De eendenvijver
In de eendenvijver worden diverse rassen gehouden. Niet allemaal Nederlands en zeldzaam, maar noemenswaard zijn de Nederlandse Kwakers, Krombekeenden en de Noord-Hollandse Witborst.
In de wei loopt naast de Brandganzen nog een koppel Twentse Landganzen rond.

Fokprogramma en tentoonstellingen
Met de duiven en kippen wordt jaarlijks gefokt. In het najaar worden tentoonstellingen bezocht waarbij de dieren gekeurd worden. Door keuringen te bezoeken, zijn er anderen die kritisch kijken naar de door jou gefokte dieren en krijg je inzicht of je op de goede weg bent met je ras. Je wordt gewezen op eventuele fouten, maar ook op de sterke punten van je dieren. En ook heel belangrijk: het in contact komen met andere fokkers! Op deze wijze maak je kennis met anderen die hetzelfde ras fokken of die iemand weten die je aan een nieuw fokmateriaal kan helpen. Met name voor de zeldzame rassen wordt er wel eens een rit in de vrije tijd gemaakt om aan nieuwe eieren of hanen te komen!

Bezoekers die graag een paar kippen thuis willen houden, worden geïnformeerd over het houden van kippen en de specifieke eigenschappen van de (ras)dieren. Maar niet alleen bezoekers weten de Kooi te vinden, ook collega-kinderboerderijen komen elk jaar naar de kinderboerderij voor nieuwe dieren. Fokkers uit de omgeving komen om hun eieren in de grote broedmachine (plaats voor 500 eieren) tegen een kleine vergoeding uit te laten broeden. Door al deze contacten kunnen mensen die een speciaal ras zoeken, vaak weer verder geholpen worden.

zeldzaam 1

Allerlei konijnenrassen
Voor de konijnenrassen heeft de Kooi geen fokcentrumstatus gekregen. Van de rassen die er zijn, wordt over het algemeen één ram en één voedster aangehouden. Dat is te weinig om fokcentrum te zijn.
Ook zijn niet alle rassen van Nederlandse komaf. Educatie speelt een belangrijke rol en daarom wordt er ook voor gekozen om een Vlaamse Reus te houden: deze grote lobbes maakt altijd veel indruk op de kinderen! Andere rassen die gehouden worden, zijn de Gouwenaar, Deilenaar en de Havannah.

Met de konijnen wordt wel gefokt, maar niet voor de tentoonstelling. Het vergt veel tijd om ook met deze dieren naar tentoonstellingen te gaan. En als je echt iets wilt bereiken, dan heb je van een ras meerdere dieren nodig om tot een goed resultaat te kunnen komen.

Ook zijn hier de contacten om aan nieuwe dieren te komen heel belangrijk. Bezoeken aan tentoonstellingen, collega kinderboerderijen en de dag van het Levend Erfgoed helpen zeker mee om nieuwe fokkers te leren kennen.

Educatie
Het werd al genoemd: educatie vinden ze in Rotterdam belangrijk. Bewust en onbewust leren kinderen (en volwassenen!) over de dieren die er gehouden worden. Dit gebeurt op verschillende manieren:

  • informatieborden bij de hokken: iedereen kan deze informatie lezen;
  • kijken naar het machinaal melken van de geiten: de melker komt elke dag met de bezoekers in gesprek over waarom dieren melk geven (“Pas als er jongen zijn? Nooit geweten.”), wat er van melk gemaakt wordt (“10 liter melk voor 1 kg kaas? Jeetje!”);
  • speurkaarten om een stempel in je Rotterdamse Vakantiepaspoort te verdienen;
  • lessen aan de basisscholen in het CNME;
  • meedoen aan de “Hulpdierverzorgerscursus”: 5 dagen lang meedraaien met het voeren en verzorgen van de dieren en leren over het voer, de rassen, waarom we dieren houden etc.;
  • dagelijks mee mogen helpen bij het voeren en verzorgen van de dieren.

De (zeldzame) Nederlandse rassen dragen bij aan het vergroten van de kennis van dieren. Dat kan natuurlijk met elke kip, maar het is zo leuk om de bezoekers met een verscheidenheid te verrassen!

© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen