FacebookTwitterFeed


Hygiëne en ontsmetten

Kinderboerderijen en andere bedrijven met pluimvee moeten de hygiënemaatregelen in acht blijven nemen om de kans op nieuwe besmettingen zo klein mogelijk te houden. Denk aan het wisselen van kleding en schoeisel bij het betreden van de stallen. Laat vaste medewerkers de vogels verzorgen en zorg dat die medewerkers geen contact hebben met ander pluimvee of pluimveebedrijven. 

Belangrijk bij deze uitbraak van type H5N8 is dat u zich realiseert dat u de maatregelen in de eerste plaats neemt om te voorkomen dat kippen (en ander pluimvee) ziek worden. Voor kippen is dit type vogelgriep dodelijk. Voor bezoekers, werknemers en andere dieren is dit type van het virus minder gevaarlijk. Kinderboerderijen zijn zelf verantwoordelijk voor de verbetering van de hygiëne op hun bedrijf.

Besmettingswegen

Er zijn verschillende manieren waarop pluimvee besmet kan worden met vogelgriep. Op kinderboerderijen gaat het met name om:

  • Vanaf het erf, bijvoorbeeld via mest van al geïnfecteerde, wilde vogels.
  • Via direct contact met (trek)vogels. Besmette vogels verspreiden het virus via lucht, oogvocht en mest. Ook kunnen (wilde) eenden in de vijver de tamme dieren besmetten.
  • Via besmet materiaal en mensen die via hun schoenen of kleding in contact zijn geweest met het virus.
  • Via direct contact met besmet vee. Varkens, paarden, ezels, honden, katten, muizen en ratten zijn ook gevoelig voor het griepvirus. Ze worden er zelf niet altijd erg ziek van, maar kunnen wel pluimvee besmetten.

Algemene tips

  • Zorg dat er geen bezoekers, andere diersoorten of wilde vogels in contact kunnen komen met uw vogels.
  • Let op loslopende dieren. Katten, muizen en ratten kunnen ook het virus verspreiden. Zorg dus dat uw terrein schoon is en u voorkomt dat plaagdieren bij het pluimvee kan komen.
  • Zorg dat de looppaden van en naar de vogelverblijfplaatsen schoon blijven.
  • Beperk het aantal mensen dat per dag met het pluimvee bezig is, liefst 1x per dag verzorging door 1 persoon (indien mogelijk).
  • Zorg dat er zo min mogelijk auto's op het terrein komen, indien mogelijk laden en lossen buiten het terrein (geen verplichting).
  • Hou van het personeel een rooster bij wie er welke dag aan het werk is geweest en wie er met het pluimvee gewerkt heeft. Mocht er onverhoopt vogelgriep geconstateerd worden, kunt u direct aantonen wie er bij de dieren geweest is. 
  • Beperk de aan- en verkoop van pluimvee en eieren, zolang de afschermplicht geldt. Als kinderboerderij kun je niet voorzichtig genoeg zijn.

Ontsmetten en desinfectie

Bij de ingang van de vogelverblijfplaatsen moet u een schone ontsmettingsbak plaatsen met schoon water met ontsmettingsmiddel, bijvoorbeeld met een chloorhoudend desinfectans. Dek deze bak bij slecht weer af om verdunning van het desinfectants door regenwater te voorkomen. Ververs de inhoud minimaal eens per dag. Maak altijd gebruik van deze ontsmettingsbak als u of uw werknemers het verblijf binnen gaan.

U mag de bezoekers ook door een bak met desinfectiemiddel laten lopen, maar dit is niet verplicht. Bezoekers komen immers niet in de vogelverblijfplaatsen. 

ontsmettingsbak

Welk middel kan ik gebruiken?

Op de website van het CTB kunt u nagaan of een desinfectiemiddel voldoet aan de gestelde eisen. Ga hiervoor naar: http://www.ctgb.nl/toelatingen

In het zoekmenu rechts geeft u bij de PT-code in: PT03 - Biociden voor veterinaire hygiëne-doeleinden. Hierna krijgt u een overzicht van de goedgekeurde middelen. U kunt ook de naam van uw middel invoeren en zo nagaan of deze voldoet (bij de PT-codering moet PT03 erbij staan). Het veelgebruikte Halamid-D is ook toegestaan.

Werkkleding en omkleden

Zorg ervoor dat de werknemers die het pluimvee verzorgen aparte werkkleding (overall en laarzen) dragen. Werknemers kleden zich op de kinderboerderij om, om te voorkomen dat ze het virus van thuis of onderweg mee kunnen nemen. Loop niet met deze bedrijfskleding langs sloten of op andere plekken waar wilde (water)vogels zitten. 

Tips: mest, materialen en voer

  • Zorg dat alle benodigde materialen in het verblijf staan (indien mogelijk), zoals gereedschap.
  • Zet afgesloten emmers met voer in het verblijf, dan hoeft u dit niet elke keer van verblijf naar verblijf mee te nemen. 
  • Mest en voerresten kunt u het beste opslaan in een aparte container in of bij het verblijf.

Tips: hou vreemde vogels buiten de deur

Om de insleep van vogelgriep te voorkomen, is het nemen van goede hygiënemaatregelen noodzakelijk. Hierbij gaat het er vooral om om te voorkomen dat het virus van buiten naar binnen vervoerd wordt. Voor kinderboerderijen in waterrijke gebieden of waar veel wilde 'risicosoorten' komen, is het dus extra belangrijk goede maatregelen te nemen. Onder risicosoorten vallen de zwanen, ganzen, eenden, reigers en meeuwen. Om deze dieren van het terrein te houden, kunnen ook een aantal eenvoudige maatregelen genomen worden, zoals:

  • Let op het voerbeleid. Zorg dat voerresten uit de weides en van het terrein worden opgeruimd om geen meeuwen of eenden te lokken.
  • Vraag bezoekers om eventueel aanwezige wilde (water)vogels niet te voeren. 
  • Ligt de kinderboerderij in een waterrijk gebied of in een park waar veel watervogels zijn? Loop dan elke dag een ronde door het park om te zien of er geen zieke of dode vogels zijn. Laat dit door een medewerker doen die niet de vogels verzorgt.
  • Neem geen zieke of gevonden (water)vogels aan die door bezoekers gebracht worden. Overleg met de dierenarts of dierenambulance hoe hiermee om te gaan.

Meer informatie en nalezen

© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen