FacebookTwitterFeed


Wijzigingen in het keurmerk 2015

Keurmerkbordje 2013 miniHet Keurmerk Kinderboerderijen 2015 is weer gepubliceerd. In deze versie zijn enkele (wets)wijzigingen te vinden, maar ook een groot aantal nieuwe bijlagen. Zo werken we aan een steeds completer en duidelijker Keurmerk. Daarnaast zijn we dit jaar van start gegaan met de branchecode voor publieksboerderijen. 

Dit jaar waren er geen grote, inhoudelijke wijzigingen. Wel zijn enkele criteria aangepast aan de huidige weten regelgeving, zoals het lozingenbesluit en het besluit houders van dieren met daarin de veelbesproken positieflijst. Ook is het beleid rondom afstandsdieren en 'In Veilige Handen' uitgebreid. Hiermee sluiten we aan bij het nieuwe Besluit houders van dieren (juli 2014) en de Gratis VOG (januari 2015) waarbij om een preventiebeleid gevraagd wordt.

Nieuwe bijlagen en voorbeeldprotocollen

Daarnaast hebben we voor de leden weer een aantal extra bijlagen toegevoegd. Het keurmerk telt nu meer dan 40 bijlagen met daarin toelichtingen en voorbeeldprotocollen. Enkele nieuwe bijlagen zijn: factsheet Handen wassen (bij een schoolbezoek), toelichting dierentuinvergunning, voorbeeld afstandsverklaring afstandsdieren, verkoop van producten en het preventiebeleid. Alle bijlagen zijn te downloaden via onderstaande link:

Branchecode voor publieksboerderijen

Samen met onze leden is de branchecode voor Publieksboerderijen opgesteld. Deze hebben onze leden inmiddels zowel digitaal als per post ontvangen. In de branchecode staan voorwaarden waar leden van de vSKBN aan moeten voldoen om lid te blijven. Aan de meeste voorwaarden zult u als verantwoorde publieksboerderij vanzelfsprekend al aan voldoen, aan andere zal gewerkt moeten worden. 

U hoeft niet gelijk aan alle voorwaarden te voldoen: de ambitie om eraan te werken kan ook aangegeven worden. Door deze ambities in beeld te brengen, heeft u zelf ook zicht op wat u komend jaar wilt bereiken. Ook kunnen wij zo knelpunten inventariseren en waar nodig ondersteuning bieden. Elk jaar zal de vSKBN aan haar leden vragen om de checklist branchecode in te vullen. Zo werken we samen aan professionalisering en kwaliteit van de sector publieksboerderijen. 

Via deze link kunt u de branchecode direct online invullen. Heeft u een geldig Keurmerk Kinderboerderijen? Dan hoeft u de branchecode niet in te vullen, het mag natuurlijk wel.


Opvang of fok van gezelschapsdieren? Meld dit bij RVO

Besluit houders van dieren: ook belangrijk voor kinderboerderijen

Sinds 1 juli 2014 is het ‘Besluit houders van dieren’ (onderdeel van de Wet dieren) van kracht. Hoofdstuk 3 uit dit besluit richt zich op de ‘bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren’. Hierin zijn nieuwe regels te vinden rondom het houden, fokken en verkopen van gezelschapsdieren. Het is belangrijk dat u nagaat of uw kinderboerderij moet voldoen aan dit besluit. In dat geval moet u dit voor 1 november 2014 melden bij RVO.

Ook kinderboerderijen en dierenweides (publieksboerderijen) die gezelschapsdieren houden, moeten mogelijk aan de nieuwe regels voldoen. Om na te gaan of u dit ook voor u geldt, stelt u zichzelf de volgende twee vragen:

Vraag 1. Ben ik bedrijfsmatig bezig?

U bent bedrijfsmatig bezig als u de activiteiten met een zekere omvang en regelmaat uitoefent. Bij een dierenwinkel of dierenasiel is dit wel duidelijk. Is het minder duidelijk, dan zijn er indicaties om iets als bedrijfsmatig te beschouwen. Deze indicaties hoeven niet allemaal van toepassing te zijn om iets al bedrijfsmatig te beschouwen. Als er al één van de indicaties van toepassing is, dan kan er al sprake zijn van bedrijfsmatig bezig zijn. De indicaties zijn:

  • U fokt niet om de dieren zelf te houden en ook niet voor uw familie en vrienden.
  • U verkoopt of levert de dieren af aan anderen dan familie en vrienden.
  • U vangt de dieren op tegen een vergoeding en u plaatst hiervoor advertenties.
  • U heeft ruimtes speciaal ingericht voor de opvang, handel of het fokken van de dieren.
  • U bent geregistreerd bij de Kamer van koophandel of u heeft een BTW-nummer.
  • U adverteert.
  • U oefent de activiteiten uit om winst te maken.

Vraag 2. Vallen de diersoorten waarmee ik bedrijfsmatig bezig ben, onder dit besluit?

Dit besluit richt zich op gezelschapsdieren, niet op landbouwhuisdieren. Hieronder vallen alle zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën die gehouden worden als gezelschapsdier of voor de liefhebberij. Hier vallen ook onder: konijnen, cavia’s, tamme ratten, tamme muizen, goudhamsters en gerbils.

Dieren die niet onder dit besluit vallen, zijn de volgende landbouwhuisdieren:

  • Zoogdieren: damhert, ezel, geit, Middeneuropees edelhert, nerts, paard, rund, schaap, varken, waterbuffel.
  • Vogels: emoe, fazant, grauwe gans, helmparelhoen, kalkoen, kip, knobbelgans, nandoe, patrijs, peking eend, struisvogel, vleesduif.
  • Vissen: aal, Afrikaanse meerval, Baars, Beekforel, Beluga steur, Goudbrasem, Kwi kwi, Meerval, Mozambique Tilapia, Nijltilapia, Regenboogforel, Snoek, Snoekbaars, Spiering, Steur, Tarbot, Tong, Zalm, Zeebaars, Zeebrasem, Zeeforel.

Als u beide vragen met ja beantwoord, moet u voldoen aan de artikelen uit dit besluit. 

Voorbeelden waarbij uw activiteiten wel onder dit besluit vallen:

  • U heeft vakantieopvang voor konijnen en cavia’s.
  • U heeft een opvang en herplaatst knaagdieren.
  • U fokt regelmatig met grasparkieten en adverteert.

Met ‘opvang’ wordt bedoeld dat de dieren langere tijd op de kinderboerderij aanwezig zijn en vaak ook herplaatst worden. Als een dier bijvoorbeeld ‘over het hek’ gezet wordt en u laat deze binnen enkele dagen ophalen door de Dierenambulance, dan valt dit niet onder ‘opvang’.

Voorbeelden waarmee uw activiteiten niet onder dit besluit vallen:

  • U houdt dieren uitsluitend voor educatieve doeleinden (zoals bij veel onderwijsinstellingen en kinderboerderijen).
  • U fokt met geiten en schapen, maar niet of incidenteel met konijnen of cavia’s.
  • U fokt met muizen/ratten om deze zelf te houden.
  • U houdt alleen herten, geiten en kippen.

In praktijk betekent dit dat u een ‘vaste kern’ dieren heeft en er weinig of geen wisseling van gezelschapsdieren is, anders dan om zelf te houden.

Onze kinderboerderij moet voldoen aan dit besluit. Wat nu?

Maak voor 1 november melding van uw bedrijfsmatige activiteit

Alle organisaties en bedrijven die onder dit besluit vallen, moeten dit voor 1 november 2014 doorgeven aan de overheid. Aanmelden gaat op UBN. Hiervoor gaat u naar de website: https://mijn.rvo.nl/bedrijfsmatig-huisdieren-houden . Via Direct Regelen ‘Bedrijfsmatig dieren houden registreren’ rechts in het menu logt u in voor de kinderboerderij. Hierbij maakt u melding van uw bedrijfsmatige activiteiten met dieren. U geeft door om welke diersoorten het gaat (honden, katten, overige zoogdieren, amfibieën en reptielen, vogels of vissen), de activiteiten (in voorraad houden, opvang, fokken, verkopen of afleveren) en de gegevens van de beheerder.

Bewijs van Vakbekwaamheid

De beheerder van de kinderboerderij heeft een bewijs van vakbekwaamheid nodig voor de diergroepen die bedrijfsmatig gehouden worden. Dit bewijs krijgt u door een erkende opleiding te volgen bij een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs. Deze instelling is opgenomen in het centraal register beroepsopleidingen (Crebo).

Bent u beheerder van een voor 1 juli 2015 bestaande kinderboerderij? Dan heeft u tot 1 juli 2020 de tijd om een bewijs van vakbekwaamheid krijgen. Start u vanaf 1 juli 2015 met een inrichting met bedrijfsmatige activiteiten met huisdieren, dan moet er vanaf de start een beheerder met een bewijs van vakbekwaamheid werkzaam zijn.

Deze vraag hebben we voor u gesteld bij de onderwijsinstellingen. Zodra hier meer over bekend is, zullen we u hier direct over informeren.

Overige eisen

Daarnaast moet de kinderboerderij aan een aantal eisen uit dit besluit voldoen voor de dieren die onder dit besluit vallen. Dit gaat met name om huisvesting, verzorging, gezondheid en quarantainemogelijkheden. Ook moet er schriftelijke informatie meegegeven worden bij verkoop of plaatsing van (opvang)dieren. Dieren mogen niet verkocht worden aan kinderen onder de 16 jaar.

Factsheet

In de factsheet is alle informatie te vinden over dit besluit. Hierin vindt u alle eisen waar u aan moet voldoen. 

Wij houden u op de hoogte

Hoewel het besluit al sinds 1 juli 2014 van kracht is, is onlangs pas duidelijk (en mogelijk) geworden dat UBN-houders hun activiteiten moeten doorgeven voor 1 november. Branche-organisatie Dibevo heeft ook al een aantal praktische bezwaren gemeld over dit besluit. Wij hebben ook aan RVO enkele praktische vragen gesteld. Loopt u zelf tegen problemen aan? Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Keurmerk voor de Kiboe-Hoeve in Zwijndrecht

ZWIJNDRECHT -  Op vrijdag 12 september ontving de Zwijndrechtse kinderboerderij Kiboe-hoeve het Keurmerk Kinderboerderijen. Met het behalen van dit kwaliteitskeurmerk toont de kinderboerderij aan dat ze voldoet aan de wettelijke eisen en kwaliteitsvoorschriften. Daarmee is Kiboe-hoeve een veilige en verantwoorde plek voor de bezoekers, de dieren en natuurlijk de medewerkers.

Wethouder Henk Mirck overhandigde het keurmerk aan Quirijn van den Bosch, beheerder en Judith Blaak, assistent beheerder. Gefeliciteerd!

DSC01231


Wijzigingen in het keurmerk 2014

Wijzigingen in het keurmerk 2014

Op 1 juli j.l. zijn er een aantal artikelen van kracht gegaan rondom het houden van dieren. De belangrijkste is het Besluit houders van dieren. Hierin zijn ook een aantal bestaande besluiten opgenomen. Dit heeft geleid tot enkele wijzigingen in het Keurmerk Kinderboerderijen. Deze worden hieronder opgesomd. In het Keurmerk vindt u de volledige tekst.

In het Keurmerk wordt per criterium genoemd uit welke wet of uit welk besluit deze komt. Sinds 1 juli is het volgende gewijzigd. Deze wijzigingen hebben betrekking op de criteria in hoofdstuk 1, dieren en dierenwelzijn:

  • Het besluit ‘Welzijn productiedieren’ is vervallen en vervangen door het ‘besluit houders van dieren’.
  • Het ingrepenbesluit is vervallen en vervangen door het ‘besluit diergeneeskundigen’.
  • Het besluit ‘doden van dieren’ is vervallen en vervangen door ‘besluit houders van dieren’.
  • Artikelen uit de GWWD zijn vervangen door artikelen uit de Wet Dieren.
  • Het dierentuinbesluit is vervangen door het ‘besluit houders van dieren, hoofdstuk 4’.

Inhoudelijke wijzigingen en toevoegingen

1.7 Voldoet de kinderboerderij aan de minimale huisvestingseisen? Toegevoegd:

  • De houder van een dier dat in een gebouw of kooi wordt gehouden, draagt er zorg voor dat het dier daaruit niet kan ontsnappen.
  • Het is niet toegestaan dieren te weiden op niet beweidbaar land of, anders dan voor korte duur, dieren te weiden op slecht beweidbaar land.

1.13 Wordt er voor gezorgd dat er geen verboden ingrepen worden verricht bij dieren op de kinderboerderij, tenzij dit noodzakelijk is voor de gezondheid/welzijn van het dier?

  • Toegevoegd: onthoornen van geiten wordt toegestaan vanaf 1 januari 2015 voor geiten op de kinderboerderij. Schapen en runderen mogen niet onthoornd worden, tenzij ze gehouden worden voor de melkproductie. De zinsnede “geiten die worden gehouden met oog op de melkproductie” wordt dan vervangen door: “geiten die worden gehouden met het oog op de melkproductie, of die worden gehouden op kinderboerderijen.”

1.14 Worden dieren op een vakkundige manier door een praktiserend dierenarts of andere bevoegde beroepsbeoefenaar geëuthanaseerd?

  • Toegevoegd: Het doden van honden, katten en (tamme) ganzen door particulieren is sinds 1 juli 2014 strafbaar, tenzij het dier een direct gevaar vormt voor mens of dier of er sprake is van ondraaglijk lijden.

1.18 Voldoet de kinderboerderij aan de eisen uit de positieflijst?

  • Wijziging: de positieflijst is uitgesteld tot (zeker) 1 januari 2015. Dit criterium is dus nog niet van kracht.

1.19 Is er een educatief doel beschreven voor niet-gangbare diersoorten?

  • Wijziging: titel van criteria verduidelijkt (was: exotisch)

1.21 Is er een fokbeleid?

  • Toevoeging: wettelijke, minimale leeftijd scheiden van dieren.

1.22 Gaat de kinderboerderij op de juiste wijze om met haar dieren?

  • Dit criterium is nieuw. In het ‘besluit houders van dieren’ zijn een aantal verboden gedragingen opgenomen ten aanzien van dieren. Zoals het schoppen van dieren of dieren inzetten als prijs bij een loterij. Kinderboerderijen hebben een belangrijke voorbeeldfunctie in de omgang met dieren. Het is daarom vanzelfsprekend dat de dieren op de juiste wijze behandeld worden.


Drie keurmerk kinderboerderijen erbij

Keurmerkbordje 2013 miniVandaag zijn er weer drie kinderboerderijen toegevoegd aan het Keurmerk Kinderboerderijen register. Alle drie de kinderboerderijen hebben aangetoond aan alle wet- en regelgeving te voldoen voor de kinderboerderij, maar ook aan de extra kwaliteitseisen.

De keurmerken zullen uitgereikt worden aan:

  • Stichting Jong Leven in Sint Pancras
  • Kinderboerderij de Kiboe-Hoeve in Zwijndrecht
  • Kinderboerderij Agathahoeve in Oostvoorne

Natuurlijk feliciteren we deze drie kinderboerderijen met het behalen van het keurmerk. Gefeliciteerd!


Enkele wijzigingen Keurmerk Kinderboerderijen

Keurmerkbordje 2013 miniIn het Keurmerk Kinderboerderijen versie 2014 zijn enkele kleine wijzigingen doorgevoerd. U vindt hieronder deze aanpassingen:

  • Pagina 26 (1.1.3): tekstuele aanpassing. Het ingrepenbesluit was in oktober 2013 nog niet gewijzigd.
  • Pagina 29 (1.16): bij de toetsing of de kinderboerderij voldoet aan de Q-koortsverplichting zal extra aandacht besteed worden aan de administratieve verplichtingen. De toetser zal vragen om aan te tonen dat de Q-koorts gevaccineerde dieren op de juiste manier gevlagd zijn in het systeem.
  • Pagina 61 (RI&E): hierbij wordt benadrukt dat het belangrijk is dat de kinderboerderij voor de toetsing gebruik maakt van de Branche RI&E voor kinderboerderijen.  Dit omdat de kinderboerderij een specifieke branche is waarbij er veel facetten van belang zijn: bezoekers, dieren, medewerkers, zorg, horeca etc. Uiteraard mag u deze branche RI&E aanvullen voor uw eigen situatie. 

    Om het u makkelijker te maken, is deze branche RI&E als Worddocument te downloaden via de website. 

Kinderboerderijen die reeds aangemeld zijn voor toetsing en dus mogelijk een eigen RI&E gebruikt hebben, kunnen die gebruiken. Voor de overige kinderboerderijen geldt dat zij de branche RI&E voor kinderboerderijen als basis moeten gebruiken om er zo voor te zorgen dat alle 'branche-risico's' in kaart worden gebracht.

De aangepaste versie en RI&E zijn hier te downloaden


Kinderboerderij De Helderse Vallei ontvangt landelijk keurmerk

Logo-De-Helderse-ValleiHet is ruim drie jaar geleden dat de gemeentelijke kinderboerderij in de Donkere Duinen werd overgedragen aan Stichting De Helderse Vallei. Sindsdien heeft De Helderse Vallei hard gewerkt aan de professionalisering van de boerderij.

Onlangs werd bekendgemaakt dat De Helderse Vallei het ‘keurmerk Kinderboerderijen’ van vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland heeft ontvangen. Op donderdag 13 maart zal wethouder Turnhout om 16.00 uur het keurmerk onthullen op de kinderboerderij.

Het keurmerk is aan de kinderboerderij van De Helderse Vallei verleend, omdat er voldaan wordt aan alle wet- en regelgeving voor een kinderboerderij. Deze regels omvatten  bijvoorbeeld de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Arbowet voor personeel. Maar ook regels omtrent hygiëne en dierenwelzijn. Met het keurmerk kan de kinderboerderij aantonen dat het een veilige en verantwoorde plek is voor bezoekers, medewerkers en natuurlijk voor de dieren! Lees hier meer over het keurmerk.

De Helderse Vallei is te vinden bij parkeerplaats Donkere Duinen in Den Helder. Kijk op www.deheldersevallei.nl voor de openingstijden en meer informatie. 


Nieuwe opbouw keurmerk 2014

Nieuwe opbouw keurmerk 2014

Elk jaar wordt een nieuwe versie van het Keurmerk Kinderboerderijen gepubliceerd. In versie 2014 is niet alleen nieuwe wet- en regelgeving opgenomen, er is ook kritisch gekeken naar de opbouw en inhoud. Dit heeft geresulteerd in een overzichtelijke, praktische versie.

Nuttig of noodzaak?

In 2013 is er een enquête uitgezet onder de leden met de vraag wat zij vinden van het keurmerk. Hieruit kwam de vraag naar voren voor kostenverlichting en verlichting van het keurmerk, zonder inbreuk te doen op de kwaliteit. Met de nieuwe opzet is de vSKBN tegemoet gekomen aan deze wensen.

Er is kritisch naar het keurmerk gekeken en met de nieuwe opbouw is het aantal hoofdstukken gereduceerd van zeven naar vier. Daarbij is gekeken met in het achterhoofd de vraag "Wat is nuttig, en wat is noodzaak voor een goede kinderboerderij?". Zodoende is gekomen tot een overzichtelijk keurmerk met criteria waar een goede kinderboerderij aan moet voldoen, maar zijn ook enkele criteria vervallen. Hieronder is een overzicht te vinden van de wijzigingen.

Eind 2013 is de verplichting op de pre-audit al komen te vervallen, om zo het keurmerk beter betaalbaar te maken en de kinderboerderijen zelf te keuze te geven of zij een pre-audit willen laten uitvoeren.

 Risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE)

De oplettende lezer van het Keurmerk zal direct zien dat de RIE een centralere plek heeft gekregen in het keurmerk. De RIE, die voor elke kinderboerderij wettelijk verplicht is, bevat een inventarisatie van mogelijke risico's voor werknemers én bezoekers. Samen met een arbodeskundige stelt de kinderboerderij de RIE op. Veel criteria uit de oude versie kwamen overeen met de (toch al) verplichte RIE. Daarom is besloten die criteria op te nemen in een voorbeeld RI&E. Zo hoeft er geen dubbel werk gedaan te worden én hoeft dit niet dubbel getoetst te worden. 

De vSKBN is ook in overleg met werkgeversorganisaties om te komen een erkende branche RIE voor kinderboerderijen. Dat zou voor de leden een kostenreductie betekenen, omdat ze dan de arbodeskundige niet meer langs hoeven te laten komen. Wordt vervolgd! 

Momenteel hebben 45 kinderboerderijen het Keurmerk Kinderboerderijen.

Download hier het Keurmerk 2014 en bijbehorende bestanden

 


Keurmerk kinderboerderijen 2014 volgt in maart

Momenteel wordt hard gewerkt aan de Keurmerk Kinderboerderijen versie 2014. Hierbij wordt kritisch gekeken naar de huidige criteria en daarbij de vraag gesteld "Wat is echt belangrijk voor de kwaliteit en veiligheid van de kinderboerderij?". Hierbij worden enkele eisen voor het behalen van het keurmerk verlicht, zonder inbreuk te doen op de kwaliteit. Dit is ook een wens van de kinderboerderijen, zo is gebleken uit reacties.
 
Ook nieuwe wet- en regelgeving wordt verwerkt in de nieuwste versie, zoals het onthoornen van geiten, de Q-koortsmaatregelen 2014 en de (aankomende) positieflijst. Om dit allemaal goed uit te kunnen werken en de wijzigingen voor te kunnen leggen aan relevante partijen, is besloten het keurmerk versie begin maart te publiceren.
 
Vanaf begin maart zal het Keurmerk 2014 op de website te vinden zijn. Ook de nieuwe bijlagen, voorbeeldformulieren en procedurebeschrijving worden dan ge-update. Hou hiervoor de website in de gaten.

Keurmerk Kinderboerderijen: Geen verplichte pre-audit meer

Vanaf 1 december zal de pre-audit voorafgaande voor de toetsing van het Keurmerk Kinderboerderijen niet meer verplicht zijn. Kinderboerderijen krijgen de keuze of ze wel of geen pre-audit uit willen laten voeren.

Tot nu toe was dit wel een verplichting, nadat in praktijk was gebleken dat kinderboerderijen zich aanmelden, terwijl ze nog (lang) niet klaar waren voor de toetsing. De toetsingskosten moesten wel in rekening gebracht worden. Aangezien de kosten voor de pre-audit aanzienlijk lager zijn dan voor een toetsing, was besloten om deze verplichte tussenstap in te voeren. Tijdens een pre-audit komt een medewerker van de vSKBN langs op de kinderboerderij om toelichting gegeven op praktische problemen en wordt besproken hoe de kinderboerderij tot het keurmerk kan komen. Zo kan de kinderboerderij zich stapsgewijs klaarmaken voor het keurmerk.

Pre-audit niet verplicht, maar een keuze

Uit de enquête eerder dit jaar bleek dat één van de redenen voor kinderboerderijen om af te zien van het behalen van het keurmerk de toetsingskosten zijn. Door de verplichting van de pre-audit te laten vervallen, worden deze kosten met een derde gereduceerd. Om de kinderboerderijen tegemoet te komen, kunnen zij er straks zelf voor kiezen of ze wel of geen pre-audit laten uitvoeren.

Als de kinderboerderij ervoor kiest om geen pre-audit uit te laten voeren, is het belangrijk dat de kinderboerderij er zelf voor zorgt dat de locatie en de papieren voor de toetsing in orde zijn. Als onverhoopt blijkt dat bepaalde zaken niet op orde zijn tijdens de toetsing, dan krijgt de kinderboerderij doorgaans de gelegenheid om dit in orde te maken en terug te koppelen aan de vSKBN. Hiervoor staat een termijn van maximaal 3 maanden. Lukt het niet om de aanpassingen binnen deze termijn te verwezenlijken, dan wordt de kinderboerderij alsnog afgekeurd en worden de toetsingskosten volledig doorberekend. Indien deze aanpassingen uitsluitend door de toetser op de locatie te controleren zijn, worden deze kosten voor het bezoek doorberekend middels een uurtarief.

De procedure en tarievenkaart zijn hier te vinden 


Keurmerk voor Schaapskooi

NIEUWVEEN - Kinderboerderij De Schaapskooi, op het terrein van landgoed Ursula , heeft het Keurmerk Kinderboerderijen ontvangen. Met het behalen van dit kwaliteitskeurmerk toont De Schaapskooi aan dat ze voldoet aan de wettelijke voorschriften en kwaliteitseisen.

Dit bevestigt dat de kinderboerderij een veilige en verantwoorde plek is voor bezoekers, dieren en medewerkers. 

Om de veiligheid van bezoekers, medewerkers en dieren te waarborgen, is het van groot belang dat kinderboerderijen bewust en systematisch de kwaliteit en veiligheid van haar diensten beheren. Daarom heeft de vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (vSKBN) in samenwerking met diverse partijen, waaronder het Ministerie van EZ (Economische Zaken), het certificeringstraject opgesteld.


Kinderboerderij Tanthof ontvangt keurmerk!

Delft - In mei heeft kinderboerderij Tanthof het Keurmerk kinderboerderijen ontvangen. Met het Keurmerk Kinderboerderijen kan de kinderboerderij aantonen dat ze voldoet aan de wet- en regelgeving en een veilige en verantwoorde plek is voor bezoekers, medewerkers en natuurlijk voor de dieren! Het gaat dan bijvoorbeeld om de Arbowet voor het personeel en de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren.

Ook moet er voldaan worden aan richtlijnen op het gebied van hygiene en dierenwelzijn. Zo is de mesthoop afgeschermd voor bezoekers en worden zieke dieren in quarantaine geplaatst.

De kinderboerderij Delftse Hout ontving in februari al het keurmerk.


Volg ons!

vSKBNederland RT @KiboActief: Natuurboerderij #Brinkhorst in @Gem_Amersfoort heeft spaardoel KB Actief Toer > Natuurspeeltuin behaald https://t.co/D4aJch
vSKBNederland RT @KiboActief: Spaardoel Kinderboerderijen Actief Toer @StaboDenHaag Op den Dijk kan gerealiseerd worden https://t.co/D4aJchXxSU @voorjebu
vSKBNederland RT @IVNNederland: Er zijn 50 dingen die je geprobeerd moet hebben voor je 12e! #1 Insecten en waterbeestjes zoeken. Heb jij dit al gedaan?…
© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen