FacebookTwitterFeed


Ethiek rondom het houden van dieren

Standpunt Vereniging Samenwerkende KinderBoerderijen Nederland

De vSKBN vindt dat de kinderboerderij een belangrijke plaats is om bezoekers voor te lichten over een verantwoorde omgang met dieren. Daarbij hoort ook het nut van de landbouwhuisdieren. De vSKBN ondersteunt het houden van dieren op een wijze die natuurlijk gedrag van de te houden dieren stimuleert. Hierdoor wordt educatie ook mogelijk gemaakt.

Toelichting 
Van tijd tot tijd zijn er in de media discussies over de wijze waarop dieren gehouden (moeten) worden. Uit diverse publicaties over dit onderwerp blijkt dat ons denken over wat wel en wat niet verantwoord is, in hoge mate wordt bepaald door de welstand van de mensen die de dieren houden. In landen als Afghanistan en Pakistan is een ezel voor veel mensen hun enige bron van inkomsten. De eigenaren exploiteren hun dier als last- en trekdier en verdienen daarmee een (zeer) schrale boterham. Dat heeft tot gevolg dat deze dieren vaak ernstig worden uitgebuit, met alle gevolgen van dien.

Intrinsieke waarde

In ons land kennen we de Wet Dieren en de Flora- en Faunawet. Beide wetten kennen het begrip intrinsieke waarde als meetlat om te bepalen of wij op een verantwoorde wijze met onze dieren omgaan. Onder ‘intrinsieke waarde’ wordt de eigenwaarde van een dier verstaan. Dit staat los van de economische waarde. In de omgang met dieren moet het dier dus worden gerespecteerd in zijn leefwijze en voortplanting. Een dier dat niet naar zijn aard kan leven, zal in veel gevallen stress gaan vertonen en afwijkend gedrag.

Kinderboerderijenethiek

Kinderboerderijen hebben een grote educatieve waarde. Het is dan ook van belang dat op de kinderboerderijen voortdurend aandacht wordt besteed aan de verzorging, maar vooral leefwijze van de dieren die worden gehouden. Om daadwerkelijk educatief te kunnen zijn, zullen geboorte, verzorging, maar ook de dood onderwerpen zijn waarover informatie moet worden gegeven. Dat is immers het belangrijkste doel van de kinderboerderij. 

Geiten geven geen melk als zij geen lammeren krijgen. Als er geen lammeren worden geboren, kan niet worden getoond hoe jonge dieren opgroeien naar hun aard en welke eisen dat stelt aan de verzorging van de geit.

Te veel

Om zeker te zijn van verjonging van de dieren en om educatief te kunnen zijn, is een fokprogramma nodig. Daarbij is niet precies te bepalen hoeveel jonge dieren er geboren worden. Zo is ook van te voren niet bekend of en hoeveel vrouwelijke dieren dan wel mannelijke dieren geboren zullen worden. Het te veel aan jonge dieren moet dan herplaatst worden. Dat gebeurt in de praktijk door te ruilen met andere kinderboerderijen of door af te zetten via verkoop. Dit laatste kan dus ook betekenen dat een dier bestemd wordt voor de slacht.

Het benutten van een dier als voedsel komt over de hele wereld voor tussen dieren onderling en tussen dieren en mensen. Dit moet als normaal worden beschouwd. Immers, in de natuur zien we het principe 'eten en gegeten worden' overal. Wij mensen vormen daarop geen uitzondering. Maar ook een dier wat bestemd is voor de slacht, moet gehouden worden 'naar zijn aard'. Het feit dat een dier een voedselbestemming krijgt, tast niet zijn intrinsieke waarde aan. Het dier moet dus even goed verzorgd worden als andere dieren die niet bestemd zijn voor de slacht.

Meer weten?

In een artikel in het Vakblad Kinderboerderijen van juni 2014 is aandacht besteed aan aankoop en de fok van jonge dieren op de kinderboerderij. Wat doen de kinderboerderijen nu met de jonge dieren?

 

© 2017 - Vereniging Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland
Brancheorganisatie voor kinderboerderijen